"Europeanen stellen het ouderschap
steeds verder uit. Vrouwen in Ierland, Italie,
Frankrijk, Nederland, Spanje, Zweden en Zwitserland
krijgen hun eerste kind na hun 28-jarige leeftijd,
gemiddeld 4 jaar later dan de generatie van hun
moeders. Gelijktijdig daalt de periode
vruchtbaarheid tot ongekende lage niveaus, vooral in
landen van Centraal en Oost Europa. In 2001 kende
Europa een vruchtbaarheidscijfer (TFR) van 1.39. In
alle post-communistische landen van Europa en alle
landen van Zuid Europa (behalve Portugal) werd een
TFR van minder dan 1.4 geregistreerd. In vijftien
landen was de TFR lager dan 1.30. Deze twee trends
– uitstel van het eerste kind en daling van de
vruchtbaarheid tot ongekende lage niveaus – zijn aan
elkaar gerelateerd.
De centrale vraag in dit boek is of de
zeer lage periode vruchtbaarheidscijfers in Europa
het resultaat zijn van het uitstel van ouderschap (aangeduid
als ‘tempo effect’) of van een daling van de
vruchtbaarheidsniveau (aangeduid als ‘quantum effect’).
Het uitstellen van ouderschap verstoort de periode
vruchtbaarheid. De verstoring houdt op zodra de
leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen
stabiliseert. Een gevolg is dat
vruchtbaarheids-indicatoren die transversaal gemeten
worden een verkeerd beeld kunnen geven van de
vruchtbaarheid.
Deze studie besteedt relatief veel aandacht aan
methodologie aspecten van
vruchtbaarheidsindicatoren en aan alternatieven voor
de veel gebruikte TFR. De andere onderwerpen
die in deze studie aan bod komen, namelijk analyse
en projectie van kinderloosheid in Europe and de
Vereinigte Staaten en een analyse en interpretatie
van vruchtbaarheidsveranderingen in Centraal en Oost
Europa, zijn aan het uitstel van het
Bouderschap gerelateerd. Het onderzoek werd verricht
in het kader van het project ‘Naar een scenariomodel
voor economische determinanten van Europese
bevolkingsdynamiek’, dat werd gefinancierd door de
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek (NWO) [project nummer
A 510-03-901].
Het doel van het project was een beter inzicht te
verkrijgen in de determinanten van demografische
processen (vruchtbaarheid, sterfte, binnenlandse en
buitenlandse migratie, en de interactie tussen deze
processen) met het oog op een betere theoretische en
empirische onderbouwing van demografische scenario’s
voor Europa en de Europese regio’s. Het onderzoek
waarover in dit boek wordt gerapporteerd is gericht
op de meest markante aspecten van de
vruchtbaarheidstrends in Europa: lage en zeer lage
periode vruchtbaarheid, uitstel van het eerste kind,
en de dramatische transformatie van het gezin in
Centraal en Oost Europa. Indien de gegevens dat
toelaten wordt een gedetailleerd beeld gegeven van
trends per land. Een grote verscheidenheid aan
statistische gegevens wordt gebruikt, afkomstig van
meerdere bronnen. Naast een bespreking van markante
trends leidt deze studie tot inzicht in mogelijke
toekomstige ontwikkelingen en scenario’s."